Soms ga je gewoon op je bek…

janne@ifbd.be
Date 02/06/2026

Voor jullie de messen scherpen: het is goed dat falen bespreekbaar is geworden. Twintig jaar geleden was mislukken een schande. Je droeg het alleen. En dat maakte het twee keer zo zwaar. Dat we daarvan af zijn, is pure winst.

Maar ergens onderweg is het ontspoord. Rond 2015 heeft iemand besloten dat falen cool is. Sindsdien worden we overspoeld met coaches, TEDx-sprekers en LinkedInprofeten die ons vertellen dat mislukken eigenlijk een geschenk is. Een groeikans. Een springplank. “A beautiful mess”.

“Fail fast, fail forward!” roept de keynote speaker met zijn witte sneakers. “I failed my way to success — embrace the fuckup” schrijft de CEO op LinkedIn. Toxisch optimisme, vermomd als wijsheid. En het mooiste? Er is altijd een publiek. Want elke dag opnieuw falen mensen.

Van “falen mag je bespreken” zijn we doorgeschoten naar “falen is een zegen”. Falen is niet langer iets dat helaas gebeurt — het is iets geworden dat iets moet opleveren. Een les. Een inzicht. Een comeback. Altijd. Verplicht.

En daar wringt het.

Er is een heel ecosysteem gebouwd rond falen. Conferenties waar de spreker zijn faillissement presenteert als het beste dat hem overkwam. Podcasts waarin elke tegenslag een origin story wordt. Formats als F**kup Nights waar professionals hun mislukkingen ophemelen alsof het oorlogsverhalen zijn. Het script luidt altijd hetzelfde: ik faalde, ik leerde, ik stond op, ik groeide. Applaus. Volgende spreker.

Het probleem is niet dat die verhalen niet bestaan. Sommige zijn echt. Sommige mensen vallen, staan op en worden er sterker van. Dat gebeurt. En dat is goed.

Het probleem is dat we van die uitzondering een wet hebben gemaakt. Een morele plicht. Wie faalt, moet groeien. Wie valt, moet opstaan met een inzicht. En wie dat niet doet — wie gewoon valt en blijft liggen en niets leert maar alleen verliest — die past niet in het verhaal. Die is geen inspiratie. Die is de ongemakkelijke stilte in een zaal waar alleen comeback-verhalen welkom zijn. En daar bouw je geen event mee.

Marc is 54. Dertig jaar dezelfde firma. Begonnen op de werkvloer, opgeklommen tot ploegbaas. Gewaardeerd. Tot hij brak. Burn-out. Twee jaar later is hij nog altijd thuis. Drie re-integratietrajecten opgestart, drie keer gestopt. Niet omdat hij niet wil. Omdat zijn lijf het niet meer doet. Hij wordt nog elke ochtend om zes uur wakker, uit gewoonte. Op zijn nachtkastje geen zelfhulpboek, maar Sertraline.

Marc faalde niet omdat hij iets verkeerd deed. Marc heeft dertig jaar lang alles goed gedaan en is toch gebroken. Er is geen les. Er is geen verborgen wijsheid. Er is alleen pijn die verdient om erkend te worden — zónder dat er een moraal aan wordt vastgeplakt.

Sabine is 38. Vaste job opgezegd voor haar eigen lunchbar. Spaargeld erin, plus een lening bij de bank en bij haar broer. Veertien maanden later sluit ze de deuren. Niet omdat ze niet hard werkte. De straat werd opengebroken voor rioleringswerken. Klanten weg. Spaargeld weg. Een broer die niet meer spreekt. Haar lening loopt nog negen jaar.

Sabine hoeft niet te horen dat ze “geleerd heeft wat écht belangrijk is”. Ze weet precies wat belangrijk is: geld. En ze weet waarom het misging: gebrek aan geld. Daar heeft ze geen podium voor nodig. Ze heeft gewoon pech gehad.

Dát is wat ontbreekt in het hele faalverhaal: het recht om gewoon brute pech te hebben. Zonder les. Zonder leercurve. Zonder de verplichting om er iets moois van te maken voor een publiek dat eigenlijk voor zijn eigen mislukkingen applaudisseert.

Falen bespreekbaar maken is waardevol. Maar de suggestie dat elke mislukking een opportuniteit móét zijn, is niet eerlijk. Ze is wreed. Het is natrappen naar wie al op de grond ligt: als jij geen les ziet, heb je niet goed genoeg gekeken. Als jij niet sterker terugkomt, heb je niet hard genoeg gevochten.

Dus nee. Ik vertel je niet dat falen mooi is. Ik vertel je niet dat je er sterker uitkomt. Ik vertel je niet dat het universum je test. Soms ga je gewoon op je bek. Sta op. Als je kan. En als iemand je vraagt wat je geleerd hebt, mag je ook gewoon zwijgen.